In de weekends staan er uitstapjes op de agenda. Zo kunnen wij het de omgeving van Guayaquil en het land verkennen.
Ons eerste weekend brachten we door op het eiland Isla Puna. Een eiland in het begin van de Stille oceaan. We reden met de auto naar het havendorpjes Posorja om daar in een vissersbootje te stappen. Eerst gingen we op zoek naar dolfijnen. De bootbestuurder wist perfect waar hij ons naar toe moest brengen en al gauw doken er verschillende dolfijnen uit het water. Het was een 15dagen geen regen gevallen, waardoor de dolfijnen sneller naar het oppervlakte kwamen. Dolfijnen in overvloed, zelfs met sprongetjes uit het water. Na een uurtje dolfijnen te beschouwen, vaarden we door naar het eiland Isla Puna.
Isla puna is een eiland waar in het binnenland verschillende kleine dorpjes zijn gevestigd van max. 5O inwoners per dorp. Wij logeerde in houten, strooien hutje op het strand. Er waren geen andere toeristen, dus het eiland leek voor ons alleen te zijn. Nadat we een duik in de zee hadden genomen, besloten Nele, Heleen en ik een strandwandeling te maken. We waren niet van plan een grote, lange wandeling te maken, maar voor we het wisten waren we het binnenland van het eiland al ingelopen. We dachten binnendoor te kunnen doorsteken, zodat we terug aan onze verblijfplaats uitkwamen. Maar helaas verliep niet alles volgens plan. In het binnenland vroegen we de weg aan een paar oudere vrouwtjes, ze dachten ons te kunnen helpen, maar waarschijnlijk hadden ze ons niet goed begrepen. Ze namen ons mee naar hun huis en op het teras kregen we heerlijke watermeloen en meloen uit hun tuintjes. Het werd al snel laat in de namiddag, dus besloten we de weg op eigen houtje terug te zoeken. Uiteindelijk kwamen terug op het strand terecht en konden we genieten van een prachtige zonsondergang. We liepen al joggend terug en kwamen Hilde op de weg tegen. Hilde en de andere 4 meisjes waren al ongerust geworden en hadden aan alle passerende mensen gevraagd of ze geen 3 ‘blonde chicas’ waren tegen gekomen op het eiland.
We namen een douche (= vul een emmer met water uit een waterput; ga samen met de emmer naar een rieten douchecabine; schep meet een fles water uit de emmer; giet het water boven je uit), en nadien konden we onze voeten ons tafel schuiven. De eigenares had een heerlijke maaltijd bereid: rijst met kleine scamie’tjes, een witte visfilet en koude tomaatjes. Heerlijk, de plaatselijke gerecht met streekproducten. ‘S avonds speelden we een gezelschapsspel en staken we een kampvuurtje aan.
De volgende ochtend stond er weer een heerlijk ontbijt op tafel: watermeloen, spiegelei, een bananenbroodje, een gebakken maïskoekje en koffie of tee.
Als ochtendactiviteit trokken we op tocht door het eiland. De mevrouw van ons verblijf en haar kleinkind gidsten ons doorheen het eiland. We zagen prachtige taferelen, palmbomen … en weeral heel veel zon. Eerst gingen we op bezoek bij de overgrootmoeder. Deze vrouw van 90 jaar woonden in een groot huis en had een grote tuin waarin verschillende groente en fruit groeiden. We kregen meloen, kokosmelk, pruimpjes aangeboden.
In onze terugtocht naar het strand, namen we een kortere weg. We liepen over uitgedroogde scampikwekerijen en stonden plots voor een riviertje. De vrouw twijfelde niet, en nam haar kleinkind op de rug en stapt met kleren aan door de rivier. De stond tot onder het oksels in het water maar geraakte aan de overkant. Ik twijfelde ook niet en stond al aan de rand van de rivier. Maar de anderen meisjes zagen dit niet zitten. Ik overtuigden hen door te zeggen dat we geen andere keus hadden en zelf stapte ik door de rivier. De kleren waren nat, maar mijn fototoestel was gelukkig droog gebleven. Eenmaal dat iedereen was overgestapt konden we verder. Op het einde van onze tocht moesten we nog eens door een onderwaterstand terrein. Dit was echt mijn ding, op expeditie, een beetje survival! Tof was dat!
‘S middags nog een heerlijke maaltijd en dan met de boot terug naar Posorja. Toen we ‘s avonds in de casita aankwamen, hadden Henry en de mannen een heerlijke maaltijd voor ons gemaakt: scampi’s, worst, groentje en heerlijke frietjes!
Weetjes:
- In Ecuador wordt er geen wc-papier in de wc-pot gesmeten. De leidingen kunnen dit hier niet aan. Al het wc-papier doe je in een vuilbak naast de toilet.
- Ik had van thuis een bus zonnecrème factor 20 meegenomen. Ik heb hier deze week naar de RioCentro geweest om een factor 50.
Hoi Fiona. Dat ziet (allé hoort) er daar precies wel leuk uit. Hier is het wel wat minder warm (zo'n 9 à 10 graden). Wij zouden hier dus met factor 20 wel meer dan toe komen. Wist je al dat we ondertussen 4 lammetjes hebben (3 witte waarvan 1 met een zwart lapje rond haar oog en 1 zwartje). Echt schatjes. Nu nog wachten op de ganzenkuikens. allé als ze met zo'n koud weer uitgebroed geraken hé. Nog veel plezier daar en we kijken nu al uit naar het volgend blogbericht. Groeten. Tante titi en co(mpanie)
BeantwoordenVerwijderen